Verwacht

Masterly The Hague

Voor oude Meesters en Dutch Design

Op deze prachtige locatie tegenover de Hofvijver, zullen van 19 – 22 september 2019 drie monumentale panden gezamenlijk de deuren openen voor het publiek.
Masterly The Hague
ONTWERPERS, KUNSTENAARS EN FOTOGRAFEN
Lange Vijverberg 14, 15 en 16 tonen de collecties van kunstverzamelaar Dr Abraham Bredius, van Hoogsteder & Hoogsteder en van schilder Cornelis Kruseman. Tijdens Masterly The Hague worden deze historische schilderijen gecombineerd met speciaal voor de gelegenheid vervaardigde werken van hedendaagse ontwerpers, kunstenaars en fotografen. Het hedendaagse werk is te zien en te koop!

DEELNEMEN
Ontwerpers, kunstenaars, fotografen en galleries kunnen zich inschrijven om deel te nemen. Curator Nicole Uniquole kiest welke meesterontwerper met welke Oude Meesters samen mag exposeren. Gedurende vier dagen kunt u deze schitterende combinaties bewonderen van hedendaagse en Oude Meesters.

De art direction en styling van Masterly The Hague is in handen van Maarten Spruyt met wie Nicole Uniquole vele tentoonstellingen vormgeeft.

U gaat anders kijken naar Old Master Paintings en Dutch Design – en u kunt ze ook nog verwerven.

‘A MUST SEE’

19 – 22 september 2019
Lange Vijverberg 14_15_16 Den Haag

De Gouden Eeuw van de Nederlandse marineschilderkunst.

De Inder Rieden Collectie.

Willem van de Velde de Jonge, Een Engels oorlogschip voor anker, olieverf op doek, 104,5 x 89 cm, Inder Rieden Collectie.

Vanaf 10 december 2019 zal gedurende drie maanden in Museum Bredius een tentoonstelling worden georganiseerd, die geheel is gewijd aan zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderijen met marines en strandgezichten. Het betreft 67 schilderijen die de afgelopen veertig jaar door Anthony Inder Rieden bijeen zijn gebracht. De verzameling, waarin bijna alle belangrijke meesters op dit gebied met representatieve werken zijn vertegenwoordigd, zoals Hendrick Cornelisz. Vroom, Jan Porcellis, Jan van Goyen, Simon de Vlieger, Jan van de Cappelle, Willem van de Velde de Jonge en Ludolf Backhuysen, biedt een fraai overzicht van de ontwikkeling van dit genre vanaf het einde van de zestiende tot het begin van de achttiende eeuw.
Bij de tentoonstelling verschijnt naast een publieksboekje ook een zeer uitvoerige, wetenschappelijke Engelstalige catalogus (vier delen in cassette), die is geschreven door Gerlinde de Beer, met bijdragen van Jaap van der Veen en Franz Ossing.