Nieuwsberichten

Actuele berichten over museum Bredius

In de ban van de zee

De Gouden Eeuw van de Nederlandse marineschilderkunst. De Inder Rieden Collectie in Museum Bredius.

Vanaf 10 december toont Museum Bredius in Den Haag 67 maritieme schilderijen uit de verzameling van Anthony Inder Rieden. De Inder Rieden-collectie is één van de grootste privéverzamelingen van 17de-eeuwse maritieme schilderijen ter wereld. Rivier-, oever-, strand- en zeegezichten, maar ook zeeslagen en scheepsportretten geven een prachtig beeld van de Hollandse Gouden Eeuw op het water. Onder de schilders bevinden zich alle grote maritieme namen: Van de Velde, De Vlieger, Van Goyen, Storck, Verbeeck, Backhuysen en natuurlijk Vroom.

De Inder Rieden-collectie bevindt zich in Londen, heeft Groot-Brittannië nooit eerder verlaten en is vanaf december in zijn geheel, exclusief en slechts drie maanden, te zien in Museum Bredius in Den Haag. Bij de tentoonstelling wordt een vierdelige wetenschappelijk onderbouwde catalogus uitgegeven waaraan 14 jaar is gewerkt. Saillant detail: voor de catalogus onderzocht een meteoroloog de gehele collectie op de in de schilderijen uitgebeelde weersgesteldheid.

Beeld: Willen van de Velde de Jonge – Een Engels Oorlogsschip voor Anker

Historische momenten

De collectie Inder Rieden, opgebouwd vanaf 1981, wordt gekenmerkt door een enorme diversiteit aan thema’s, sferen en verhalen. De gehele 17de eeuw, de gouden eeuw van de Nederlandse scheepvaart, is in de bijna 70 schilderijen terug te vinden.

Op de drempel van die nieuwe eeuw schilderde Andries van Eervelt De feestelijke terugkeer van de Tweede Schipvaart naar de Indische Archipel. Deze expeditie (naar onder meer Ambon en de Banda Eilanden) zou het fundament leggen voor de latere handel met Zuidoost-Azië en de oprichting van de VOC. Van Eervelt schilderde vier van de acht driemasters die terugkeerden: de Vrieslant, de Hollandia, de Overijssel en de Mauritius. Op de achtergrond is Amsterdam te zien waar, volgens overlevering, op 19 juli 1599 de kerkklokken luidden ter verwelkoming van de schepen.

Een ander historisch moment aan het begin van de 17de eeuw was de Slag bij Gibraltar in 1607. In die zeeslag versloegen 26 kleinere Hollandse schepen de gehele Spaanse vloot van 21 schepen, waaronder tien van hun grootste galjoenen. De slag leidde tot de onderhandelingen die het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) zouden inluiden. Cornelis Verbeek schilderde de slag in c. 1623 en toont op het kunstwerk de tactiek van de Hollanders: met twee kleinere schepen nader je het enorme Spaanse galjoen om het daarna te enteren en te overmeesteren. Rechts is de rots van Gibraltar te zien. Bijzonder is het formaat van dit werk: 12 x 32,5 cm. Zéér klein vergeleken bij de enorme versie van dezelfde gebeurtenis die in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam te bewonderen is (Cornelis van Wieringen, De Slag bij Gibraltar, 1.80 x 4.90 m).

Even opgewonden waren de Amsterdammers precies 90 jaar later toen de tsaar van Rusland een bezoek bracht aan hun stad. De hoogtijdagen van de Republiek waren voorbij maar Peter de Grote wist precies waar je nog steeds het beste het vak van scheepsbouwer kon leren: in Zaandam. Daarom verbleef hij enkele maanden in ons land, een bezoek dat de geschiedenis in zou gaan. Op 1 september 1697 werd op het IJ een spiegelgevecht voor de vorst gehouden, een schijngevecht tussen eigen schepen, dat vaak werd opgevoerd als eerbetoon aan hoge bezoekers. Op het scheepje met de wit-blauw-rode vlag bevindt zich waarschijnlijk de roemruchte tsaar zelf.

Vrouwenspoelerij

Eén van de grootste strandgezichten uit de 17de eeuw bevindt zich eveneens in de Inder Rieden-verzameling: Het Strand bij Scheveningen van Jan van Goyen uit 1642 (1.30 x 1.90 m). Van Goyen besteedde bijzonder veel aandacht aan de compositie van de verschillende groepjes mensen en individuen die het werk grote diepte geven. Net als vandaag de dag trokken ook in het midden van de 17de eeuw bij mooi weer alle rangen en standen naar de zee. Vissers halen hun buit binnen, Scheveningers zitten op het strand bij elkaar maar er is ook een sjieke koets te zien, getrokken door zes paarden. Een destijds geliefde traditie -vooral in de maand mei- is ook geschilderd: ‘vrouwenspoelerij’. Een man pakte zijn liefje onverwacht op, droeg haar de zee in en nadat zij nat was geworden, rolde hij haar van het duin en smeerde haar in met zand. Aan de hand van haar reactie moest hij vervolgens peilen hoezeer zijn ‘acties’ wel of niet werden gewaardeerd. De geschiedenis van dit schilderij moet zeker worden genoemd: het hing ooit op Highclere Castle (bekend van Downton Abbey) en was in het bezit van de Earls of Carnarvon (bekend van de ontdekking van het graf van Toetankhamon in 1922).

Choiseul en Rothschild

Nog een illustere eigenaar van één van de schilderijen in de collectie Inder Rieden was Etienne-François Marquis de Stainville, Duc de Choiseul, de invloedrijke Minister van Buitenlandse Zaken onder Lodewijk XVI. Daarna was het doek meer dan 100 jaar in de collectie van de Britse familie Rothschild. Op de strandscène uit c. 1665 van de hand van Ludolf Backhuysen houdt een elegant geklede heer zijn hoed vast zodat deze niet afwaait. Dat is nodig want er staat een straffe wind en, typisch voor de werken van Backhuysen, de zee verderop is onstuimig. Er is hoog water en daarom brengen twee vissers net hun pink op het strand. Backhuysen wordt gezien als één van de voorlopers van de Romantiek vanwege zijn sterke licht- en donker-contrasten die ook op dit werk zijn te herkennen.

Sfeer en atmosfeer

Verzamelaar Inder Rieden is altijd zeer gefascineerd geweest door schilderijen waarop een bijzondere (atmo)sfeer te vinden is. Je moet op een schilderij de zee (bijna) kunnen voelen, horen of ruiken, is zijn mening. Een van zijn favoriete schilders is daarom Hendrick Dubbels, die is vertegenwoordigd met vijf werken in de verzameling, waaronder Riviermonding met vissersschepen. Het sfeervolle werk wordt vrijwel geheel ingenomen door een enorme, dreigende wolkenlucht. Inder Rieden: ‘Er staat heel weinig op, er is een hoop leeg maar in de compositie en lichtwerking is dit werk ongeëvenaard. Voor mij een absoluut topwerk’.

Het strand bij Egmond aan Zee (1644/45) van Simon de Vlieger kan al even atmosferisch worden genoemd. Inder Rieden vroeg aan de Duitse meteoroloog Franz Ossing om alle schilderijen in zijn verzameling te bekijken op  de verschillende weersomstandigheden. Wat voor weer is het op het schilderij? Klopt de geschilderde weergave daarvan? Welk seizoen wordt op het werk afgebeeld? Ossing analyseerde het weer op dit strandgezicht als typisch behorend bij de Noorzeekust in de maanden tussen november en januari. ‘Laaghangende cumuluswolken met grijze onderkanten, de horizon alleen zichtbaar door een vage mist. Slappe zeilen en de beweging van de wolken duiden op een zwakke westenwind. (….) De sterke lichte en donkere stralen [komend uit de wolken] worden gewoonlijk waargenomen in lucht met een hoge vochtigheid’. De meteoroloog ontdekte ook dat niet alle schilders altijd de natuur 100% volgden. Op het paneel Een ‘Damloper’ en andere schepen in een harde wind van Abraham van Beijeren uit c. 1645-50 staat inderdaad een flinke bries. De wind waait van links naar rechts (zoals te zien aan de zeilen en de vlaggen) – de wolken drijven echter van rechts naar links. Weerkundig onmogelijk, maar in de compositie kwam het beter uit. Ossing noemt het een ‘verzonnen realiteit’

Verzameling Inder Rieden

Anthony Inder Rieden (1940) is zijn hele leven ‘in de ban van de zee’ geweest. Hij bracht zijn jeugd door aan het strand en de zee bij Haarlem, verhuisde in 1965 naar het buitenland en verzamelt al bijna 40 jaar maritieme schilderijen. Langzaam bouwde Inder Rieden één van de grootste particuliere maritieme verzamelingen ter wereld op. Het was de vader van de huidige kunsthandelaar Willem Jan Hoogsteder, John Hoogsteder, die Inder Rieden op het pad van dit specifieke genre zette. Voor de eerste keer toont Inder Rieden zijn gehele collectie van 67 schilderijen in Den Haag. De tentoonstelling In de ban van de zee zal alleen in het Haagse Museum Bredius te zien zijn. Behalve drie schilderijen in langdurig bruikleen aan musea in Nederland en Duitsland (ook te zien in Den Haag), bevindt de gehele verzameling zich in Inder Riedens huis in Londen en is niet toegankelijk voor publiek.

Bij de tentoonstelling wordt een omvangrijke catalogus uitgegeven in vier delen in cassette, samengesteld door kunsthistorica Gerlinde de Beer. Uitgeverij Primavera Pers (Leiden), prijs circa € 150.

Museum Bredius

Toen Abraham Bredius ruim negentig jaar oud in 1946 overleed, liet hij de gemeente Den Haag zijn hele collectie van meer dan 200 schilderijen na. Bij zijn vertrek naar Monaco in 1924 had hij zijn grote huis op de Prinsengracht 6 in Den Haag al tot museum gemaakt. Tot 1985 was daar zijn verzameling schilderijen, tekeningen, antieke meubelen, zilver, kristal en porselein voor iedereen te bezichtigen. Na de sluiting van het museum ging de collectie in depot, maar op initiatief van een aantal Haagse kunstliefhebbers en met steun van sponsoren kon in 1990 Museum Bredius, nu aan de Lange Vijverberg 14, opnieuw zijn deuren openen.

Woensdag opent prinses Beatrix in het Maurits huis het landelijk toeristisch themajaar Rembrandt en de Gouden Eeuw 2019. Die aftrap zou je eerder in Amsterdam verwachten. Of toch niet? Mauritshuis-conservator Charlotte Rulkens over de Haagse Gouden Eeuw.

Met dank aan Abraham Bredius

Nico Heemelaar – 26 januari 2019 – AD
In Den Haag is een museum naar hem vernoemd, maar vraag op straat een willekeurige voorbijganger naar de naar Bredius en hij zal vermoedelijk de schouders ophalen. Mede aan zijn voormalig directeur Abraham Bredius dankt het Mauritshuis echter zijn faam als museum met een van de belangrijkste collecties Rembrandt-schilderijen ter wereld. ‘Hij wist talrijke werken van de Meester voor het Mauritshuis te verwerven’, staat in de publicatie die het museum de komende week uitgeeft ter ere van het nieuwe Rembrandtjaar.

[Klik op onderstaande afbeeldingen voor volledige tekst]

Met dank aan Abraham Bredius De Perspectiefkast

Tegelpatronen

De Perspectiefkast

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. Wim Pijbes kiest elke maand een stille schat, en volgt daarbij de seizoenen.
Vandaag:
hier heerst de consequente drang de zaken te willen ordenen

Wim Pijbes – 6 oktober 2018 – NRC

Over design gesproken: ik wil het met u hebben over de vloer. Want de vloer lijkt het ondergeschoven kind in het interieur. En uitgerekend de vloer neemt op Hollandse schilderijen een prominente plaats in. Hier speelt zich op zorgvuldig afgepaste tegelpatronen het dagelijks leven af, tussen binnen en buiten, tussen licht en donker, en tussen goed en slecht. Zo kijken wij vanuit Nederland naar de wereld. Waarin de onze zich beweegt binnen de vastgestelde kaders van rust, reinheid en regelmaat. Hier heerst de consequente drang de zaken te willen ordenen, en in hokjes stoppen. Dat zien we ook terug in het ontstaan van het Nederlandse landschap. Een opgeruimd land met polders, tussen dijken en kanalen.

De 17de-eeuwse schilder en theoreticus Samuel van Hoogstraten, de vermoedelijk schilder van dit perspectiefkastje, schreef dat meten en ordenen het allerhoogste was. Mathematische ordening als artistieke uiting. De tegelvloer is dus veel meer dan slechts een compositorische ondergrond of decoratieve drager van de geschilderde voorstelling. De vloer vervult de stille hoofdrol in talloze composities van schilders als Pieter de Hooch of Johannes Vermeer. En een curiosum in dit genre vormt de zogenaamde perspectiefkast, waarvan er op de wereld slechts zes bewaard zijn, waarvan eentje in Nederland. En dat is deze, opgesteld in het intieme Museum Bredius aan de Vijverberg in Den Haag. Het lijkt er altijd of je bij de verzamelaar op bezoek bent.

De geboende tegelvloer staat onmiskenbaar symbool voor het ordelijke leven dat zich erop afspeelt, of zou moéten afspelen. De huiselijke regelmaat, weerspiegeld in het ritme van de gelijkmatig gelegde tegels. Deze geschilderde interieurs vormen het domein van de vrouw en haar dagelijkse beslommeringen. Er is bij mijn weten nog nooit een studie naar verricht, maar de bezem in de schilderkunst (die we ook hier zien) levert nergens meer treffers op dan bij de Hollandse meesters. De bezem veegt immers schoon en staat symbool voor een zuiver geweten. Zolang de boze buitenwereld buiten de deur kon worden gehouden, door op z’n minst het eigen huis schoon te houden, komt het met de bewoners ook goed. De rigide wijze waarop de tegelvloer is toegepast, zegt veel over hoe wij, Nederlanders, letterlijk de wereld zagen. Het verkavelingspatroon van de Beemster of recenter, de Noordoostpolder, is in wezen niets anders dan een extreme vergroting van de zwart-witte tegelvloer. En wie als toerist het Nederlandse luchtruim invliegt, ziet in de dijken, polders en verkavelde weiden een voorbode van de geschilderde interieurs in onze musea.

Wim Pijbes schreef dit artikel op 6 oktober 2018 voor het NRC. Voor het originele artikel, klikt u hier


Persbericht
Museum Bredius

Voor de liefhebber van de schilderkunst van de Gouden Eeuw bestaat er een plekje, dat velen nog niet ontdekt hebben: het Museum Bredius in Den Haag. In een fraai bij de Hofvijver gelegen 18e eeuws herenhuis bevindt zich de schilderijencollectie van de beroemde kunstkenner en directeur van het Mauritshuis dr. Abraham Bredius (1855 – 1946). Het is om drie redenen aan te bevelen hier eens langs te gaan. Ten eerste – de rustige, intieme sfeer maakt dat u op uw gemak en ongestoord alles kunst bezichtigen. Ten tweede – het is als woonhuis ingericht met antieke meubels, zilver en porselein. Alles is afkomstig uit het oorspronkelijke woonhuis van Bredius dat van 1922 tot 1985 diende als museum. Ten derde – de schilderijencollectie.

Bredius was een gedreven kunstkenner en –liefhebber, een rijkman die veel reisde en veel connecties had in de kunstwereld. Zodoende was hij in staat een verzameling op te bouwen die geheel aan zijn doelstellingen voldeed. Wat hij wilde was niet een glamourverzameling van topstukken. Die kocht hij ook, maar schonk ze aan grote musea. Zijn doel was het tonen van de beste werken van minder bekende meesters en daarmee een beeld geven van de hoge gemiddelde kwaliteit van de schilderkunst in de 17e en 18e eeuw. Dit alles aangevuld met een enkel topstuk zoals een drietal Jan Steens en een Christusportret plus een achttal tekeningen van Rembrandt. Het pand zelf is ook al een bezoekje waard: daterend uit 1755, een schepping van de hofarchitect Pieter de Swart. Het rococo stucwerk, het fraaie trappenhuis en de perfect proporties van het geheel getuigen van de vakkennis van deze architect die o.a. ook verantwoordelijk is voor de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Bron: Kunst- en Museumkrant


De Hofpas
Vanaf heden is museum Bredius partner van de Hofpas.

Deze pas biedt voordeel bij lokale bedrijven, instellingen en activiteiten. Hierdoor bent u goedkoper uit en draagt u bij aan het levendig houden van de Hofstad.

De Hofpas is een initiatief van de Volharding en Florence.

Voor meer informatie klikt u hier


Schoonheid misleidt

Persbericht, Den Haag 25 oktober 2017

Museum Bredius presenteert tentoonstelling

Schoonheid misleidt

De enige perspectiefkast in Nederland staat centraal in tentoonstelling over misleiding.

Museum Bredius in Den Haag presenteert van 1 december 2017 tot en met 1 april 2018 ‘Schoonheid misleidt’. Het museum is in het bezit van de enige perspectiefkast in Nederland en zet deze kast centraal in een educatieve tentoonstelling over fascinatie voor het misleiden van het publiek. Dr. Abraham Bredius kocht de kast, een soort kijkdoos geschilderd door een kunstschilder, in de 19e eeuw, maar heeft nooit de behuizing aangepast. De perspectiefkast, waarvan er maar zes bestaan in de wereld, wordt nu getoond in een nieuwe presentatie, zodat de kast weer even verrassend is als in de 17e eeuw bedoeld was. Daarnaast bestaat de tentoonstelling uit een aantal schilderijen en kunstobjecten met als thema ‘misleiden’.

De perspectiefkast
Perspectiefkasten zijn een Hollandse uitvinding en dateren uit het midden van de 17e eeuw. Ze toonden op een bijzondere manier hoe goed kunstenaars in perspectief konden schilderen. Op vier planken bracht de kunstenaar een schildering aan, die aan elkaar past, zoals in een kijkdoos. Om de voorstelling goed te kunnen zien, moest de aanschouwer door een gat kijken. De kasten waren in de 17e eeuw erg bijzonder; het was ‘in’ om als kunstenaar de beschouwer te ‘foppen’. Op dit moment zijn er nog slechts zes perspectiefkasten bewaard gebleven. Het exemplaar in de National Gallery in Londen en dat in Museum Bredius behoren tot de mooiste in de wereld.

Schoonheid misleidt
Schoonheid misleidt

Andere technieken die uitgelicht worden in de tentoonstelling Schoonheid misleidt zijn de anamorfose en de trompe l’oeil techniek. De anamorfose is een techniek waarbij de kunstenaar op een plat vlak een voorstelling schilderde, die vervolgens uitsluitend door middel van een in het centrum geplaatste spiegelende cilinder zichtbaar was. Zeer populair was ook de trompe l’oeil techniek, waarbij veelal marmeren beelden in een nis werden nagebootst op doek. Deze schilderijen werden in de volksmond bedriegertjes genoemd.

Museum Bredius
De collectie van Museum Bredius is de verzameling van de befaamde Dr. Abraham Bredius, de eerste echte Nederlandse kunsthistoricus en een groot kenner van de 17e eeuwse schilderkunst. Hij verzamelde werken van Rembrandt, Jan Steen, Van der Neer, d’Hondecoeter, Hobbema en vele anderen. Daarnaast bestaat zijn nalatenschap uit tekeningen, porselein, zilverwerk en meubels. De gehele collectie is ondergebracht aan de Haagse Hofvijver. Het museum is dagelijks geopend van 11.00 tot 17.00 uur en op maandag gesloten.


Geen Cuyp, wel Calraet

Persbericht, Den Haag 7 oktober 2015

Geen Cuyp, wel Calraet

Hoe perziken een mysterie oplosten. De vraag aan wie een kunstwerk kan worden toegeschreven, is misschien wel de belangrijkste binnen de kunstgeschiedenis. De naam van de kunstenaar bepaalt in grote mate het prestige en de waarde van het betreffende kunstwerk. Zo niet voor Abraham Bredius, stichter en schenker van het Museum Bredius, die nauwkeurig wetenschappelijk kunsthistorisch onderzoek boven alles stelde. Niet de faam van een bestaande schilder was zijn drijfveer, maar het willen ontdekken hoe het echt zat. Daarmee was hij de herontdekker van verloren gegane schatten en vergeten schilders. Een goed voorbeeld van een dergelijke meester uit de Gouden Eeuw is Abraham van Calraet (1642-1722), van wie Museum Bredius van 26 oktober 2015 t/m 21 januari 2016 ruim 20 werken toont.

De initialen AC waarmee Abraham van Calraet meestal signeerde werden lange tijd aangezien voor die van de veel grotere en beroemdere Albert Cuyp. Beiden werkten deels gelijktijdig in Dordrecht en hun stillevens toonden gelijkenis. Het was de verdienste van Abraham Bredius die als echte archiefvorser een groep stillevens met perziken niet langer toeschreef aan Aelbert Cuyp, maar aan de onbekende Abraham van Calraet. Daarmee stuitte hij tegen de borst van de kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot die bij hoog en bij laag volhield dat Bredius het bij het verkeerde eind had. Waren de perziken nou van Cuyp zoals de traditionele toeschrijving wilde, of van Calraet? Er ontstond een ware polemiek en de beschuldigingen over en weer stapelden zich op, die vaak niet eens meer te maken hadden met Van Calraet of Cuyp.

De ontdekking in 1916 in de kunsthandel van een schilderij van Abraham van Calraet maakte een einde aan de strijd tussen beide heren. Het werk was voluit gesigneerd en paste goed bij de stillevens die onderwerp van discussie waren geweest. Bredius triomfeerde. Hij kocht het schilderij en legateerde het later aan het Mauritshuis. Het schilderij is nu samen met 20 andere werken van Van Calraet te zien op deze tentoonstelling, met bruiklenen van het Dordrechts Museum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Mauritshuis, Museum Boijmans van Beuningen, het Kröller-Müller Museum en enkele particuliere bruikleengevers.

De uitgave rond de tentoonstelling “Geen Cuyp, wel Calraet” is te verkrijgen aan de balie van Museum Bredius.


kennerschap

Ter gelegenheid van de feestelijke heropening van het Mauritshuis organiseert Museum Bredius.

De Tentoonstelling: Kennerschap: Bredius, Jan Steen en het Mauritshuis
Vanaf 27 juni tot en met 8 januari 2015 is in Museum Bredius een tentoonstelling te zien van schilderijen van Jan Steen.
De kern hiervan wordt gevormd door de 9 werken die Abraham Bredius (1855-1946), directeur van het Mauritshuis tussen 1889 en 1909, heeft verzameld en is aangevuld met 11 schilderijen uit openbaar en particulier bezit.

In de keuze van die schilderijen lag de nadruk op het vroege werk van Steen, een facet van zijn kunst dat in de grote Steen-tentoonstelling van 1996 (Jan Steen: schilder en verteller, Rijksmuseum Amsterdam) weinig
aandacht kreeg. Het moet duidelijk maken waar de oorsprong van zijn kunstenaarschap ligt en hoe hij zich in slechts enkele jaren van landschap- tot figuurschilder ontwikkelde. Daarvoor zijn 6 landschappen en 1 stadsgezicht geselecteerd.

Om Steens ontwikkeling tot figuur- en genreschilder te tonen is voor het eerst sinds 1926 een sleutelstuk uit zijn oeuvre te zien: de Fabel van de sater en de boer uit het bezit van de oprichter van de Koninklijke Philips NV, Dr. Anton Philips. Het werk was zijn favoriete kunstwerk en hij heeft het slechts één keer voor een expositie willen afstaan. In het Museum Bredius wordt dit doek weer in volle glorie getoond nadat het eerder dit jaar een volledige restauratie heeft ondergaan, speciaal voor de tentoonstelling.

Een aantal van de geselecteerde schilderijen zijn nog nooit geëxposeerd. Museum Bredius heeft de primeur voor een tentoonstelling van een van de belangrijkste ontdekkingen van de afgelopen jaren, Steens op Elsheimer gebaseerde Bespotting van Ceres. Het is een van de weinige nachtstukken die we van Steen kennen en het verhaal is ontleend aan de Metamorfosen van Ovidius, de ‘schildersbijbel’ in de woorden van Carel van Mander.

Aan de tentoonstelling wordt medewerking verleend door het Koninklijk Kabinet van Schilderijen het Mauritshuis, Haags Historisch Museum, Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden en de Fondation Custodia (Collectie Frits Lugt) in Parijs, Koninklijke Philips Nederland en diverse particulieren.

In de catalogus wordt uitgebreid de relatie tussen Abraham Bredius en Jan Steen besproken. Bredius vond Steen, na Rembrandt, de beste Hollandse schilder ooit. Bredius schreef ook een monografie over de kunstenaar, die in 1927 werd gepubliceerd. Dit boek geldt nog steeds als een onmisbaar naslagwerk. Het eerste exemplaar van deze zware – en kostbare – foliant werd voor Bredius speciaal gebonden in een perkamenten band naar ontwerp van C.A. Lion Cachet (1864-1945) en zal eveneens te zien zijn.

De catalogus is geschreven door Guido M.C. Jansen, voormalig conservator 17de-eeuwse schilderkunst van het Rijksmuseum en daar in 1996 projectleider van de tentoonstelling en redacteur van de catalogus Jan Steen: schilder en verteller. De catalogus wordt voorafgegaan door een biografie van Abraham Bredius door Josefine Leistra. En een kunsthistorische beschrijving van Lange Vijverberg 14 door C.J.J. Stal, het pand waar sinds 1990 de collectie Bredius zich bevindt.

HuygensMuseum Bredius en Haags Historisch Museum

25 april t/m 8 september 2013

Huygens rond de Hofvijver is een gezamenlijke presentatie van het Haags Historisch Museum en Museum Bredius . Constantijn Huygens’ (1596-1687) band met Den Haag staat centraal in een presentatie in het Haags Historisch Museum. Via de volgende link kunt u de catalogus over Huygens kunstkenner en verzamelaar downloaden. In een speciaal Huygens-spoor door de vaste opstelling wordt aandacht besteed aan Huygens’ liefde voor zijn geboortestad, zijn betrokkenheid bij verschillende Haagse bouwprojecten en zijn contacten met de Oranjes. In Museum Bredius is een tentoonstelling te zien over Constantijn Huygens als kunstkenner en verzamelaar. Leer hier de persoonlijke smaak van Huygens kennen aan de hand van schilderijen van zeventiende-eeuwse meesters als Rembrandt, Jan Lievens, van Goyen en Honthorst. Ook is er aandacht voor Huygens’ rol als kunstbemiddelaar aan het hof en zijn vele contacten met schilders en architecten. Op de tentoonstelling zijn meer dan dertig schilderijen te zien, waaronder twee werken die ooit deel uitmaakten van Huygens’ eigen verzameling.


miniatuurMuseum Bredius en Haags Historisch Museum presenteren
Tentoonstelling miniatuurzilver in Museum Bredius

In Museum Bredius is van 11 oktober 2011 tot en met 15 januari 2012 de tentoonstelling Tall and Small te bezoeken. Nederlands antiek miniatuurzilver is dan voor eerst te zien naast de grote zilveren voorwerpen waarnaar ze zijn vormgegeven. Honderden miniaturen, afkomstig uit de collectie van Museum Bredius en de Haagse antiquair juwelier A. Aardewerk worden aangevuld met bruiklenen uit internationale particuliere collecties.

De ruim 80 stuks miniatuur zilver die deel uit maken van de collectie Bredius vormden de aanleiding voor deze tentoonstelling. Miniatuurzilver kwam in Nederland in de tweede helft van de 17e eeuw in zwang. Welgestelde dames, voornamelijk in Amsterdam, richtten een heel kabinet in als poppenhuis wat vervolgens werd voorzien van een miniatuurzilveren huisraad. Een kostbare hobby, de miniaturen werden van hetzelfde materiaal vervaardigd als de munten uit die tijd. Het poppenhuis werd een statussymbool. In de 18e eeuw was dit een grote rage. De vraag naar miniatuurzilver was in Amsterdam zo groot dat zilversmeden zich van generatie op generatie konden specialiseren in het maken van dit “poppegoet” zoals het miniatuurzilver in die tijd werd aangeduid.

Naast interieurstukken zijn ook verschillende beroepen, sporten en transportmiddelen in miniatuur zilver tentoongesteld. Enkele zeer zeldzame exemplaren zijn een zonnewijzer, een hemelbed, een biljarttafel en zelfs een draaimolen.


Verrassende Restauraties. Zeventien gerestaureerde schilderijen

2009: Verrassende Restauraties. Zeventien gerestaureerde schilderijen
Organisatie: John Hoogsteder
Catalogus: Marijke C. de Kinkelder, Elly Klück, Jan Kosten en Fred G. Meijer, onder redactie van Charles Dumas

Meesters en Molens. Van Rembrandt tot Mondriaan

2007: Meesters en Molens. Van Rembrandt tot Mondriaan
Organisatie: Charles Dumas, John Hoogsteder en Jim van der Meer Mohr
Catalogus: Charles Dumas en Leo Endedijk, met medewerking van Leo van der Drift en Theo Laurentius

Bartholomeus Breenbergh

2005: Bartholomeus Breenbergh
Organisatie: John Hoogsteder
Catalogus: Richard Verdi

Melchior d’Hondecoeter

2004/2005: Melchior d’Hondecoeter
Organisatie: Fred G. Meijer

Rondom Rembrandt

2004: Rondom Rembrandt
Organisatie: John Hoogsteder

400 jaar Pijproken in beeld

2003: 400 jaar Pijproken in beeld
Organisatie: John Hoogsteder en Theo Laurentius

Hofvijver in Poëzie & Beeld

2002: Hofvijver in Poëzie & Beeld (ook in Kunstpassage in Rijksmonument en Haags Historisch Museum)
Organisatie: Charles Dumas, Hermance Schaepman, Nicole Hermans e.a.
Catalogus: Hermance Schaepman, Willy van den Bussche en Aernout Help; onder redactie van Charles Dumas

De Haagse verzamelaars van nu

2001: De Haagse verzamelaars van nu
Organisatie: John Hoogsteder en Jim van der Meer Mohr

Onder de huid van Oude Meesters

2001: Onder de huid van Oude Meesters
Organisatie: John Hoogsteder en Edwin Buijsen
Catalogus: Edwin Buijsen

Rembrandt op papier

1999: Rembrandt op papier
Organisatie: Theo Laurentius en Jim van der Meer Mohr

Het Luxemburgse Pescatore Museum te gast in het Haagse Museum Bredius

1998: Het Luxemburgse Pescatore Museum te gast in het Haagse Museum Bredius
Organisatie: John Hoogsteder
Catalogus: Jim van der Meer Mohr

De Meestervervalser van Vermeer

1996: De Meestervervalser van Vermeer
Organisatie: John Hoogsteder en Jim van der Meer Mohr

Rob van Koningsbruggen in Museum Bredius

1994: Rob van Koningsbruggen in Museum Bredius (in samenwerking met Stroom)
Conservator: Toïta Buitenhuis-Henry

The Sketchbook of Jan van Goyen

1993: The Sketchbook of Jan van Goyen
Organisatie: John Hoogsteder en Edwin Buijsen
Catalogus: Edwin Buijsen

Schilderijen en tekeningen in Museum Bredius

1991: Schilderijen en tekeningen in Museum Bredius
Catalogus: Albert Blankert, met bijdragen van Louise Barnouw-de Ranitz en C.J.J. Stal

1987-1988: Dutch Masterworks from the Bredius Museum

1987-1988: Dutch Masterworks from the Bredius Museum. Rembrandt and his Contemporaries, Nagasaki Holland Village Museum
Organisatie: John Hoogsteder en Theo van Velzen Catalogus: Albert Blankert, met bijdragen van Theo van Velzen en Louise Barnouw-de Ranitz.

1985-1987: Dutch Masterworks from the Bredius Museum

1985-1987: Dutch Masterworks from the Bredius Museum. A Connoisseurs Collection (rondreizend door de Verenigde Staten: New York, Omaha, Allentown, Louisville, Baltimore, Milwaukee en Tulsa)
Organisatie: John Hoogsteder en Theo van Velzen
Catalogus: Albert Blankert, met bijdragen van Theo van Velzen en Louise Barnouw-de Ranitz